03

“Kunst die de verbeelding van kinderen aan zet”

Interview met Karola Pezarro

Ragfijne geborduurde hoofdjes zijn met spelden aan de muur van haar atelier geprikt. De subtiliteit en de zeggingskracht die uit het werk van Karola Pezarro spreekt, vind je ook terug in de kunsteducatieve projecten die ze vijfendertig jaar lang voor Kunstgebouw ontwikkelde. Onlangs is ze hiermee gestopt om zich volledig op haar eigen werk te kunnen richten. We zochten haar op in haar atelier.
 
Er is één ervaring uit haar eigen schooltijd die misschien wel bepalend was voor haar keuze om naar de kunstacademie te gaan. “Ik ben een jaar of vijf. Op een vel papier dat groter is dan ikzelf, sta ik een figuur te schilderen. Ik zag daar iets ontstaan. Dat gevoel was machtig. Het maakte echt iets bij me los.” 
Pezarro1
 
Op school werd de creativiteit verder weinig aangewakkerd. Thuis wel. “Mijn ouders lieten ons heel vrij spelen. Mijn zus en ik bouwden hele dorpen van dozen. Dat mocht gewoon blijven staan.” Met een meubelmaker als opa en een onderwijzeres als oma, is het achteraf gezien misschien niet zo gek dat Karola het cultuuronderwijs in is gerold.
 
Tijdens haar opleiding aan de kunstacademie in Den Haag liep Karola stage bij de tentoonstellingsdienst van het museum voor onderwijs, nu het Museon. De eerste opdracht als freelancer was een reizende tentoonstelling voor de Canadese ambassade. Een paar jaar later wijst iemand haar op een vacature bij Kunstgebouw: samensteller/educatief begeleider reizende tentoonstellingen gezocht. “Ik had nog nooit gesolliciteerd en wilde dat weleens ervaren. Opeens had ik een echte baan.”
 
Naar model van de provincie Noord-Holland introduceerde Zuid-Holland reizende tentoonstellingen die bezocht konden worden door schoolklassen in bibliotheken, gemeentehuizen en andere openbare plekken. “Mijn eerste reizende tentoonstelling voor Kunstgebouw heette ‘Wat te doen met klei’.” Hoewel de tentoonstellingen goed bezocht werden, beviel Karola deze aanpak niet. “Ik had het gevoel dat het te weinig opleverde voor de leerlingen. Het is een gedoe om met de hele klas naar de tentoonstelling te komen. En als een kind, weer terug op school, nog een vraag heeft, kun je die niet beantwoorden want het kunstwerk is er niet meer.” Dit gevoel sloot ook aan bij haar eigen ervaring. “Toen ik een jaar of twaalf was gingen we met school naar Museum Berg en Dal. Daar werden we losgelaten met een vragenlijst. Ik voelde me totaal verloren.”
 
Het moest anders, vond Karola: “Kleiner en in de klas.” Ze bedacht onder meer MaDiWoDo, een kleine harmonica van vier vitrines, waarbij elke dag een extra luikje geopend kon worden. De leerlingen kregen zo op maandag een sieraad te zien, op dinsdag inspiratiebronnen van de kunstenaar, op woensdag gereedschap en werkwijze en op donderdag een ander sieraad. Elke dag met bijbehorende kijk- en doe-opdrachten. Door de jaren heen ontwikkelde de visie van zowel Karola als Kunstgebouw zich verder. Dat resulteerde uiteindelijk in de huidige lesprogramma’s Kijk|Kunst en Doe|Kunst, waar Karola vele projecten voor heeft gemaakt.
 
De Expeditie kist “Bij het kiezen van kunstenaars voor een educatief project stelde ik altijd de vraag: wat heeft het werk te vertellen? Is het iets dat de verbeelding van kinderen aan zet? Wat ik erg leuk vond, is om een kunstenaar te zoeken die aanspreekt bij de betreffende leeftijdsgroep. Want ik wilde niet dat de kunstenaar speciaal iets voor kinderen gaat maken.”
Het laatste project van Karola voor Kunstgebouw was De Expeditie voor groep 5 en 6 met werk van kunstenaar Pepijn van den Nieuwendijk. “Als je ouder wordt, wordt je wereld groter. Ook zijn leerlingen in groep 5 en 6 meer bezig met geschiedenis. Het werk van Pepijn sluit daar naadloos bij aan. Hij heeft een fascinatie voor het verleden. Geïnspireerd door de expeditie van Robert Sterling Clark begin vorige eeuw naar Noord-China, begon Pepijn met tekenen. Toen ontstond bij hem het idee voor de expeditiekist die de vakdocent meeneemt naar school. In deze kist laat Pepijn allerlei dingen uit verschillende, al dan niet verzonnen, tijden en culturen samenkomen.”
 
Karola blijft de kunstenaars met wie ze samen heeft gewerkt, volgen. “Ik vind het ontzettend leuk om te zien als het goed met ze gaat. Neem bijvoorbeeld Suzan Drummen. Haar werk gaat inmiddels de hele wereld over. Het project Schitterend dat we met haar maakten, inspireert nog steeds kinderen op Zuid-Hollandse basisscholen.”
 
Terugkijkend op de afgelopen vijfendertig jaar merkt Karola op: “Ik verzet me ertegen om dingen te simplistisch te maken. Omdat je dan ver van kunst afdrijft. Zoals: kunst is goed om te leren rekenen. Nee, het is gewoon goed om je met kunst bezig te houden. Om je verbeelding aan te spreken. En waarom moet alles aansluiten bij een thema? Het gaat er toch gewoon om dat kinderen creatief leren denken?” Om haar projecten te toetsen aan de praktijk kwam Karola regelmatig op basisscholen. “Ik zou willen dat er meer ruimte is om te experimenteren, te spelen. In kinderen zit zo veel potentieel.”
 
Bij de ontwikkeling van kunstprojecten betrok Karola altijd leerkrachten. “Ze houden je met beide benen op de grond. Als een leerkracht zegt: ‘Dit zie ik voor me’, dan is dat heel fijn. Soms dachten wij dat iets misschien te ingewikkeld zou zijn, maar gaven de leerkrachten aan dat het wél kan.”
 
Het onderwijs heeft Karola losgelaten. Sinds deze zomer focust ze zich helemaal op haar eigen werk. “Mijn werk gaat over de fragiliteit van het leven, over hoe de menselijke geest werkt, hoe je herinnert, hoe je gedachten uitwaaieren en verwondering over wat je zichtbaar of onzichtbaar met je meedraagt. Ik heb een serie gemaakt die Closed eyes heet. Je kunt naar buiten kijken, maar evenzeer kun je naar binnen kijken, daar huizen je herinneringen, je ervaringen, je gedachten en die zijn de belangrijkste voedingsbodem voor mijn werk.”
 
Pezarro2